1959-1982 Hans Jordens, oud-leerling, oud-docent

‘Het waren twee werelden’

Hans Jordens (75) is internationaal bekend in de wereld van het natuurkundeonderwijs. Hij is Fellow of the Institute of Physics in het Verenigd Koninkrijk, lid van Verdienste van de Nederlandse Natuurkundige Vereniging en erelid van de Fysisch-Mathematische Faculteitsvereniging van de RUG. In 1998 heeft hij aan de Rijksuniversiteit Groningen het bèta-steunpunt opgericht voor profielwerkstukken in de natuurwetenschappen en was van 2008-2018 president van de Internationale Natuurkunde Olympiade.
Hij is ook oud-docent, oud-leerling, en zoon van een van de docenten die in 1946 les gaven in het allereerste jaar van het Sint-Maartenscollege.

Ik word vriendelijk ontvangen op de Rozengaard 5 te Haren, waar Hans al woont sinds de jaren dat hij docent natuurkunde op het Sint Maartenscollege was in de jaren zeventig. Aan de wand veel abstracte schilderijen van de hand van zijn grootvader, die docent beeldende vakken was op de Rijks HBS in Warffum (nu het Hogeland College) in Noord-Groningen. Later verhuisde grootvader naar Groningen waar hij naast docent ook een prominent lid van de kunstenaarsgroep De Ploeg werd. Kleinzoon Hans maakt zelf al sinds vele jaren zilveren sieraden, een mengeling van ambachtelijke vaardigheid (zilverdraden trekken) en kunstzinnig design. Er loopt een duidelijke creatieve ader door de familie.
Hans vertelt over de oprichting van het Sint-Maartenscollege in 1946, waar zijn vader bij betrokken was als onderdeel van de allereerste lichting docenten. Dat ging zo: zijn vader, geboren in Groningen, was na zijn studie biologie naar Nijmegen verhuisd en was daar als jonge docent biologie aan de slag gegaan aan het katholieke Canisiuscollege, een jezuïetenschool (waar Ruud van Mieghem ook nog op heeft gezeten als leerling, maar dat terzijde). Er werd toen door de schoolleiding bekend gemaakt dat er een nieuwe jezuïetenschool zou worden opgericht als eerste in het Noorden, vlak bij Groningen, en Jordens senior kreeg de gelegenheid om terug naar zijn geboortegrond te verhuizen om deze school mee te mogen starten als docent biologie. De nieuwe school onderhield relaties met andere jezuïetenscholen zoals het Aloysius in Den Haag, het Ignatius in Amsterdam en natuurlijk het Canisius in Nijmegen, waar dan hockeywedstrijden tegen werden gespeeld.
Hans werd geboren en kwam in 1959 zelf als leerling van klas 1a op het Sint-Maartens. Hij kreeg in dat jaar les in een villa (genaamd Chateau Blanc) aan de Verlengde Hereweg 191, in de woonkamer met een grote schouw en Hans herinnert zich leerlingen die zich in de schoorsteen verstopten en daar dan vervolgens tijdens de les uit tevoorschijn kwamen.

Hans kreeg als leerling natuurkundeles van Pater Gerver, die tevens als bouwpater betrokken was bij de nieuwbouw van 1960 (wat voor ons nu de oudbouw West is). Pater Gerver was voor zijn tijd heel actief met practica, o.a. met slingers en staande golven. Hans heeft later in zijn eigen loopbaan als natuurkundedocent nog sommige proeven precies zo uitgevoerd zoals hij ze had geleerd bij Pater Gerver.

Hij had ook les van zijn eigen vader en dat vond hij minder. Zijn vader was streng en daar werd Hans door de andere leerlingen wel eens op aangesproken, alsof hij daar als zoon iets aan kon doen.
Na zijn eindexamen HBS (met o.a. het vak “kosmografie”, zie afbeelding van het lesrooster), een studie natuurkunde en een kort verblijf in Libanon kwam Hans in oktober 1971 terug naar Groningen met een eerste baan als wiskundedocent in Winschoten per 1 januari 1972 in het vooruitzicht. Op dat moment was er toevallig ook een reünie vanwege het 25-jarig bestaan van het Sint-Maartenscollege. Hans ging ernaartoe en werd op de reünie geronseld door Pater Muskens om vanaf het volgende schooljaar over te stappen van Winschoten naar het Sint-Maartens. Daar waren ze in Winschoten niet blij mee maar zo begon Hans na de zomervakantie van 1972 als docent op de school waar hij ook leerling was geweest. Zijn vader was overgestapt naar de Rijksuniversiteit Groningen bij de opleiding Onderwijskunde, dus ze waren niet tegelijkertijd collega’s in de medewerkerskamer.
“Het waren twee werelden”, vertelt Hans. Enerzijds had je nog de strenge oude garde en anderzijds had je de hippies met de lange baarden die het Maagdenhuis hadden bezet. Hans voelde zich aangetrokken tot de rebellen maar viel een beetje tussen de twee groepen in. Hij nam twee jaar verlof om in Burkina Faso (toen Opper Volta) ontwikkelingswerk te doen in het natuurkundeonderwijs, kwam in 1980 weer terug, werkte prettig samen met een startende amanuensis Cor Linstra, maar bleef voelen dat hij nog niet helemaal op zijn plek was aangekomen en werd twee jaar later vakdidacticus natuurkunde en universitair docent natuurkunde aan de RUG. Dat werd een zeer succesvolle carrière, waarmee we terug zijn bij het begin van dit stukje.

Roel Scheepens in gesprek met Hans Jordens, 15 september 2022