1962-1967 Nanki en Christien Enzing (oud-leerlingen)

Aan de hand van persoonlijke verhalen proberen we hier iets te vertellen over de geschiedenis van het Maartens. Twee zussen vertellen over hun ervaring in een tijd waarin de een hoorde bij de eerste (meisjes!) leerlingen van het nieuwe gebouw in Haren, de andere de verhuizing van de MMS naar De Wijert en de geleidelijke opheffing van de MMS meemaakte. Alle vijf kinderen van het katholieke gezin gingen overigens naar wat nu het Maartens is.

Nanki Enzing

Nanki Enzing, was van 1962 tot 1967, de jaren ’60 waarin veel verandert, leerlinge op de MMS (Middelbare Meisjes School) Sint Walburg. Vanaf 1966 gaat de MMS nauwer samenwerken met het Sint Maartenscollege.

De katholieke MMS startte een jaar na het katholieke (jongens)lyceum Sint Maartenscollege. In 1947 begint de MMS boven een café maar verhuist in 1950 naar het herenhuis Kraneweg 74. Dat gebouw, met kamers als lokalen en barakken in de tuin, is al gauw te klein. De MMS verhuist in 1965, al voor de officiële opening, naar een nieuw gebouw aan de Henriette Roland Holststraat 3 in De Wijert. Nanki herinnert zich de laatste lesdag aan de Kraneweg nog goed, ‘lekker oude tafels bekladden’, en ook de eerste schooldag na de paasvakantie op 3 mei 1965 in De Wijert: ‘alles was spiksplinternieuw’. Ze zat toen in de derde klas en noemt als muziek uit die tijd, Francoise Hardy en de Beatles.

Maar ondanks het nieuwe gebouw loopt de scheiding van jongens- en meisjesonderwijs op haar eind, de Mammoetwet van 1968 maakt een eind aan de MMS.
(Het middelbaar onderwijs in Nederland bestond voor ‘de Mammoet’ uit zeer veel verschillende schooltypen: huishoudschool, ambachtsschool, ULO, MULO, MMS, HBS, gymnasium. Bij een ‘lyceum’ zoals het Sint Maartenscollege koos de leerling pas in de 3e klas voor HBS of gymnasium.)

Nanki, ze noemt zichzelf toen een ‘bleu type’, omschrijft de sfeer op de MMS als heel veilig, een soort thuis. Ze kreeg les van nonnen maar die waren bepaald niet streng, eerder pedagogisch ‘bemoederend’, er was ook niet zoiets als een mis op school. De ‘leken’ leraren waren doorgaans stukken strenger. Al herinnert ze zich Dietvorst voor aardrijkskunde als ‘prettig streng’ en leraar Engels Doodkorte als heel leuk. Hij leerde hen Engels door met hen Engelse liedjes te zingen. Bij de reünie van 1996 konden ze die nog alle samen met hem zingen!  De MMS was trouwens best pittig, je moest met een eindexamen in 4 talen, veel boeken lezen, zeker 20 in elke vreemde taal.

Buiten de lessen werd er bijzonder veel georganiseerd.  Bijvoorbeeld ‘Entre Nous’ waarbij de school samen met de ouders voor 1e en 2e klassers feestjes werden georganiseerd. Leerlingen organiseerden zelf klassenavonden, soms bij de ‘buiten’ leerlingen. De school stimuleerde het, zodat leerlingen elkaar beter leerden kennen.
De schoolvereniging van de MMS, SIOS (‘Samen Werken Is Ons Streven’), organiseerde ook van alles; lezingen, toneel- en dansavonden. Naar een dansavond moest je wel verplicht een jongen meenemen, anders kwam je er niet in. Voor Nanki betekende dat een vriendje lenen van haar oudere broer of zus….
Van de examenklas herinnert ze zich de werkweek in Witterzomer (bij Assen) met veel toneel, dansen en schilderen, heel creatief gericht vooral. En dan de examentraditie, met paard en wagen langs alle stad Groninger geslaagden. Een schooltijd kortom waar ze met genoegen op terugkijkt.

Niet lang daarna ging de MMS op in het Sint Maartenscollege. Het nieuwe MMS gebouw in De Wijert werd de plek waar de 1e en 2e klassen les kregen totdat ze in de 3e klas ‘naar Haren’ gingen. Deze ‘bi locatie’ van het Maartens werd zelfs na de fusies met de Sint Martinus en De Schalm mavo’s even een ‘tri locatie’ met ook het gebouw van de Schalm aan de Rummerinkhof. Dat bleef zo tot de voltooiing in 2001 van de (door de rijksoverheid afgedwongen) nieuwbouw op de campus aan de Hemmenlaan. Het gebouw in De Wijert werd verkocht aan het Gomaruscollege, De Rummerinkhof aan het Zernikecollege. In het gebouw van de voormalige Sint Martinusmavo aan de Merwedestraat zit de Vrije School.

Met veel dank aan Nanki voor het interview, Koos Meisner

Christien Enzing

Zestig jaar geleden kwam ik als ‘brugpieper’ aan op het Sint Maartenscollege. Zuster Gabriëlis bestierde met strenge hand mijn lagere school , dus ik kwam van de nonnen bij de paters Jezuïeten terecht. Zo ging dat vroeger als je uit een katholiek nest kwam.
Maar eerst moest er een toelatingsexamen afgelegd worden. Van mijn oud-klasgenoot, Marcel Winkels, begreep ik dat dat nog in het oude ‘chateau’ plaatsvond, voor rekenen, taal, aardrijkskunde en geschiedenis elk een dagdeel. Vervolgens waren we de eerste lichting in het toen nieuwe, moderne gebouw.

We kregen Duits, Nederlands, Aardrijkskunde, Latijn en Godsdienst van een pater. En pater Linnenwever stond onderaan de helling bij de fietsenstalling om te controleren of je bovenaan wel afstapte. Erg lastig als je aan de late kant was en het liefst snel stuiterend over de drempels naar beneden reed.
Ook de rector was een pater, pater Muskens. Een beminnelijk man die ons eens uitgebreid heeft uitgelegd hoe je het schoolgebouw het best in brand kon steken! Nu ik het schrijf kan ik het haast niet meer geloven. Toch is dit wat in mijn selectief geheugen staat gegrift.
Een deel van de paters woonde aan de Rijksstraatweg nummer 4, de rest in het huis op het schoolterrein, tegenover het jongensinternaat dat nu Internationale School is.

Er waren indertijd zes Jezuïetencolleges in Nederland en elk jaar waren er wel sportuitwisselingen. Dat was voor ons meisjes flinke pech, want omdat er op die andere scholen alleen jongens zaten  mochten wij nooit mee. Er was nog wel meer ‘jeugdleed’ . Want als het ging om uitnodigingen voor het schoolbal hadden we zware concurrentie van de MMS.
In de vijfde klas van het gymnasium werd ik secretaresse van het schoolbestuur. Prompt werd ik door pater de Vreeze (Latijn) aangesproken. Hij vond niet dat zo’n functie te combineren was met goede schoolresultaten. Toeval of niet: aan het eind van het jaar moest ik bij hem, op zijn kamer en in het zicht van zijn bidstoel, herexamen Latijn doen. Gelukkig liep dat goed af.

Onwillekeurig gingen mijn gedachten, voor het schrijven van dit stukje, naar verschillen tussen toen en nu. Naast toelatingsexamen en Jezuïeten had je begin jaren zestig als meisje alleen een lange broek aan (onder je rok) als het extreem koud was. Ook herinner ik me dat een klasgenote en haar vriendje bij de rector werden geroepen omdat ze op het schoolterrein hand-in-hand hadden gelopen. Dat kon echt niet.
Maar echt geschrokken ben ik aan het begin van mijn schoolcarrière. Ik hoorde namelijk dat de Paus er elk jaar toestemming voor moest geven dat er meisjes op school zaten. Stel je voor dat hij ‘nee’ zou zeggen!

Christien Enzing
24/11/2020