1965-2005 Klaas Terpstra (docent wiskunde, teamleider)

Het is 30 maart 2021, een stralende, zelfs warme dag! Vanuit Lochem, waar ik op dat moment verblijf, fiets ik naar Zutphen om oud-collega Klaas Terpstra te interviewen. Het belooft een boeiend gesprek te worden…

Klaas is in 1943 in Britsum geboren, een ‘oorlogskind’. Middelbare school in Leeuwarden, daarna de Kweekschool (PABO). Hij behaalt er behalve zijn onderwijsbevoegdheid ook de hoofdakte, die hem de mogelijkheid biedt om hoofd van een lagere school te worden, maar die functie heeft hij uiteindelijk nooit bekleed. In 1965 begint hij aan zijn eerste baan. Hij wordt gebeld door een school in Garijp: “Kun je komen?” Jazeker! En zo begint zijn onderwijsloopbaan, die 40 jaar later zal eindigen.
Friesland verruilt hij op zeker moment voor Haren. Hij heeft  een akte wiskunde behaald en gaat dan  lesgeven  op de MULO, die onder leiding staat van de heer Leegsma. We schrijven dan het jaar 1968, het jaar waarin de Mammoetwet geïntroduceerd wordt en de MULO wordt ingewisseld voor de MAVO. Naast wiskunde geeft Klaas ook natuurkunde en scheikunde (“dat kun je er wel bij doen, toch?”). De lessen aan een klas meisjes die in de overgangsfase nog verplichte lessen natuurkunde moesten volgen, is hij nog niet vergeten. Lesgeven aan  30 meiden, die geen enkele affiniteit met het vak hebben, maar ja….  het is verplicht. En hoe leg je nou aan die ongeïnteresseerde dames de natuurkundewetten uit?
In die tijd kwam het nog heel veel voor dat leraren hun eigen methode ontwikkelden. Klaas  vindt nog steeds dat die tijd misschien wel de mooiste periode uit zijn onderwijsleven is geweest. Leraren waren in die tijd nog min of meer baas in eigen lokaal en Klaas was een van zeer velen die daar geen moeite mee hadden

Er kwam in Haren nieuw gebouw aan de Rummerinkhof en Klaas geeft er schei- en natuurkunde in een naar eigen wensen ingericht praktikumlokaal.  De nieuwe school  krijgt een naam: De Schalm (= schakel) en telt plusminus 300 leerlingen. Klaas is er behalve docent ook decaan en wordt later onderdirecteur. De kleinschaligheid vindt hij prettig, men kent elkaar en de lijnen zijn kort. Ik vraag hem, of er een dagopening was, want het was een protestants – christelijke school. Hij vertelt dat o.a  op het terrein van dagopeningen etc  binnen de school geleidelijk aan daar minder aandacht aan werd besteed. Klaas memoreert dat hij eens een tijd lang de verhalen over Jozef voorlas uit de Bijbel en dat veel kinderen daar geen weet van bleken te hebben maar het wel reuze spannend vonden. Trouwens, over voorlezen gesproken, hij herinnert zich dat hij het boek van Gerard van Oorschot, waarin die jeugdherinneringen bij elkaar geschreven heeft, gebruikte om  op de vrijdagmiddag ( als de week er op zat en iedereen keihard had gewerkt) uit voor te lezen.

Rond de jaren ’90  werd het steeds  moeilijker voor kleine scholen om te blijven bestaan. De overheid stimuleert, beter gezegd dwingt kleine scholen om zich of op te heffen of te fuseren. Tussen de Schalm, het Sint-Maartenscollege en een zelfstandige ook kleine RK-MAVO in de stad  Groningen komen fusiebesprekingen op gang en in 1992 wordt de Schalm onderdeel van het Maartenscollege, een interconfessionele scholengemeenschap. Wat Klaas zich nog goed herinnert uit de aanloop naar de fusie , is zijn taak om met een paar collega’s  een gezamenlijke afvloeiingsvolgorde op te stellen. Hoeveel tijd alleen al dat onderdeel ( met o.a  veel overleg met vakbonden) vroeg. In het nieuwe Maartenscollege wordt Klaas wordt  teamleider van de mavo-afdeling en probeert de oude sfeer en de kleinschaligheid van zijn vorige school binnen de nieuwe, grootschalige organisatie zoveel mogelijk te behouden, waarbij veiligheid en saamhorigheid voorop staan. Dat geldt niet alleen voor zijn collega’s, maar óók voor de leerlingen, die volgens hem beter gedijen in een kleinschalige, overzichtelijke omgeving.
Het is wennen voor iedereen. Ook Klaas vindt het spannend. De eerste jaren is het voor alle betrokkenen zwaar geweest om naast het organiseren van het onderwijsproces met jaar na jaar ‘vernieuwingen ’een eigen draai te vinden.  Als na jaren van voorbereiding de hele scholengemeenschap kan verhuizen naar één gebouw, kan echt worden begonnen met een nieuwe fase.

Klaas blijft op het Maartens tot 2005, heeft dan 40 jaar in het onderwijs gezeten. Tijd om andere dingen te gaan doen.

Interview: Annet Brinkgreve