1969-2010 Jos Redder (tuinman)

Het is 29 december 2020 en ik zit met Jos en zijn vrouw Maria aan de “interviewtafel”. Koffie, pen en papier, we kunnen beginnen! Maar Jos kennende is dat niet zo eenvoudig… hij is een gezellige prater, maar staat helemáál nog niet in de interviewstand. Na een dik half uur stel ik voor, tóch maar eens met ons eigenlijke thema te beginnen, namelijk zijn periode als tuinman in vaste dienst op het (Sint) Maartenscollege.

Jos komt uit een katholiek gezin en groeit in noord Overijssel op. Eind jaren zestig woont een oom als broeder bij de paters Jezuïeten. Hij begeleidt het huishoudelijk personeel in de Esserhoeve, waar een aantal paters woont, op de Esserberg (patershuis) en in het huis Rijksstraatweg nummer 4 (eveneens in bezit van de Jezuïeten). Behalve huishoudelijke taken zorgt deze oom er ook voor, dat iedere ochtend de mis in de kapel kan plaatsvinden. Hij maakt zijn neef attent op de vrijkomende baan als tuinman. De huidige houdt er namelijk mee op, dus hij raadt Jos aan, te solliciteren, hetgeen geschiedt. Hij maakt kennis met pater Linneweever, die de familie Redder wel kent en dus weet, wat voor vlees hij in de kuip heeft. Er worden slechts enkele vragen gesteld, meer houdt het gesprek eigenlijk niet in.  Als tuinman moet Jos het groen rondom de school verzorgen, inclusief de schoolvelden, maar óók de velden van hockeyclub HMC. HMC?  Daar heeft hij nog nooit van gehoord! De Jezuïeten zijn eigenaar van de gronden en verhuren een deel van de velden aan deze hockeyclub. Of hij zelfstandig kan werken? (het gesprek moet in feite nog beginnen!)  Zo ja, dan is hij aangenomen! Hij krijgt 3 maanden proeftijd en daarna automatisch een vaste aanstelling plus de tuinmanswoning (die staat overigens nog steeds aan Kerklaan 60)! Of hij het bezwaarlijk vindt, dat er iedere dag leerlingen langs zijn huis over het bospad fietsen. Welnee! Dat hoort erbij.
Jos is 1 april 1969 aangenomen, woont tijdelijk op de Esserberg en in juli betrekken Jos en Maria hun toekomstige woning aan de rand van het schoolterrein.

Uiteindelijk werkt Jos iets langer dan 3 maanden bij het Maartens. Het worden bijna 42 jaren! Hij onderhoudt 4 sportvelden, 1 trainingsveld, de parkeerplaats, het groen rondom de kantine van hockeyclub HMC en verder al het groen rondom het schoolgebouw. Hij is er zomer en winter en kijkt elke dag naar het weer. Is het nat, dan kan er niet gemaaid worden. Sneeuw? Dan moet hij ruimen. Is het zaterdag? Dan verzorgt hij de parkeerplaats, want die is dan leeg. Zomervakantie? Als hij thuis is, werkt hij gewoon door, want tuinieren is niet alleen zijn werk, maar ook zijn hobby.

Pater Muskens is de rector, de beide mannen maken graag een praatje onder het genot van een kop koffie. Het gaat er gemoedelijk aan toe. “Mus” (zoals hij vaak genoemd wordt) houdt er bijzondere opvattingen op na. Zo mogen de leerlingen alleen het geluid van de vogels horen en dat van de tuinman. Maar als de bel gaat en de lessen beginnen en Jos is nog aan het grasmaaien, dan moet hij binnen 9 minuten wegwezen! 9 minuten? Volgens Muskens duurt het 3 minuten voordat de docenten last van de maaier hebben, dan hebben ze 3 minuten nodig om het lawaai van de tuinman bij de rector te melden én het kost Muskens 3 minuten om zwaaiend voor het raam Jos duidelijk te maken dat hij elders op het terrein zijn ding moet doen.

We schrijven het jaar 1977:
Pater Muskens gaat met pensioen, Cees de Moel is zijn opvolger. De tachtiger jaren brengen grote veranderingen, er is een fusie met o.a. een protestants christelijke school (de Schalm) op komst, de “Sint” gaat na toestemming van de bisschop eraf, het Maartenscollege wordt een interconfessionele scholengemeenschap, iets, wat Jos pijn doet. Hij had de oorspronkelijke naam graag willen behouden.
De sportvelden gaan weg, Stichting de Esserberg wordt opgericht en Jos verliest deels zijn baan, maar gelukkig niet zijn huis.
In 1994 werkt hij nog 50% voor de school en de overige 50% bestaat uit chauffeurswerk in het gehandicaptenvervoer, wat overigens heel goed bij hem past. Hij kan zijn baan als tuinman prima met het andere werk combineren en dat doet hij tot 2010, want dan is het klaar. Hij wordt 65 en gaat met pensioen.

Tot slot:
Jos heeft al die jaren een bijzondere band met de docenten bewegingsonderwijs gehad. Zij waren immers steeds op de velden te vinden. Mocht er een veld ‘in onderhoud’ zijn, dan was overleg altijd mogelijk, want velden genoeg!
Nadat zijn leidinggevende, pater Niessen, zijn functie niet meer kon vervullen, koos Jos zelf zijn ‘contactpersoon’ voor de sportvelden en dat werd Ad Laar, bewegingsdocent. Toen Ad met werken ophield, nam Pim Vijfwinkel de taak over. Het was een zeer plezierige samenwerking.
(Ad is overigens afgelopen december overleden)

Jos: “Ik heb als kind altijd al in het groen willen werken, heb het mijn hele leven kunnen doen en tot de laatste dag met plezier gewerkt! Wat wil je nog meer?”