1972 Dick Schuur (docent maatschappijleer)

Dick Schuur

Mijn sollicitatie bij het St. Maartenscollege

Het is de zomer van 1972. Als gevolg van de invoering van de Mammoetwet in 1968, wordt het vak maatschappijleer in het schooljaar 1972/1973 voor de bovenbouw van HAVO/VWO verplicht. Ik lees de advertentie van het St. Maartenscollege in de Volkskrant en het Nieuwsblad van het Noorden (nu Dagblad van het Noorden). Er is een vacature van 10 uur maatschappijleer. Ik geef op dat moment, vanaf 1 augustus 1971, 7 uur maatschappijleer aan het Heymanscollege (het huidige H.N.Werkman Stadslyceum). Een vermeerdering van lesuren is een welkome aanvulling op weg naar een baan als leraar. Ik besluit te solliciteren en richt mijn brief aan de rector, pater L.Muskens s.j.

Ik maak kennis met een voor mij nieuwe HAVO/VWO-school en vooral met het mij onbekende Rooms-Katholicisme. Ik ben er nieuwsgierig naar. In het sollicitatiegesprek ontstaat in alle vriendelijkheid een diepgaand gesprek over de inhoud en didaktiek die ik verbind aan de lessen maatschappijleer.
In de brief die ik vervolgens van pater Muskens ontvang, staat de zinsnede: “Pater Marlet (docent godsdienstleer) wil graag een afspraak met u maken voor verdere kennismaking en voor overleg over inhoudelijke afstemming van het vak; zijn telefoonnummer is …….”

De eerste drempel is genomen. Blij en verheugd bel ik pater (Walter) Marlet: “Of ik een dag naar Schiermonnikoog kan komen, het huisje Claercamp staat aan de Badweg.” We spreken een dag af.
Ik vind het heel bijzonder. Het lijkt de bedoeling dat we ruim de tijd nemen om elkaar te leren kennen. Is dit de wijze waarop medewerkers van het Sint Maartenscollege met elkaar omgaan; zegt dit ook iets over hun insteek naar leerlingen? Ik ben heel benieuwd.

De datum nadert, ik loop enorm te dubben: wat kan ik verwachten, waar zal het gesprek over gaan, en ook heel praktisch: welke kleding trek ik aan? Ik ken Schier goed en loop daar altijd in vakantiekleding; maar past dat wel bij deze gelegenheid? Heeft het gesprek niet een toch meer formele setting? Ik weet in ieder geval dat ik een diner tegemoet kan zien. Ik kies voor een casual kledingstijl, waar je alle kanten mee op kan. Als ik op de afgesproken dag op de Badweg uit de bus stap, komt pater Marlet me vanaf het duin tegemoet: in korte broek en op teenslippers. Hij glimlacht en verwelkomt me hartelijk.

De dag op Schier staat in mijn herinnering gegrift. Het is een kennismaking in openheid en vertrouwen, in warmte en hartelijkheid, in betrokkenheid en verbinding; we wisselen onze visies over onderwijs uit, wat daarin naar onze overtuiging de centrale waarden zijn, over het schoolklimaat, we spreken over leerlingen en hun ambities en hoe medewerkers hen op cognitieve als ook op het sociale vlak kunnen begeleiden. We vinden beiden dat vertrouwen de centrale waarde is. Opgegroeid met alleen de zondagsschool, maak ik kennis met het gedachtengoed van de paters Jezuïeten, met hun wereldbeeld, met hun blik en visie op adolescenten en met het vak mago (de combinatie van de vakken maatschappij- en godsdienstleer) waarin dit (onder andere) vorm krijgt.
We ronden af met diner en heerlijke wijn.

Ik merk dat ik die dag een tweede drempel ben overgegaan. Aan het St.-Maartenscollege wil ik werken; vol-waardig en met alle energie in mij. Ik ga deel uitmaken van de vaksectie mago, die tot op dat moment nog alleen uit paters bestaat. Ik voel dat ik hierbij wil horen: het Sint Maartenscollege, een school met mensen en leerlingen onderweg.

Dick Schuur