1973 Hein Bloemink (oud leerling)

Hein Bloemink

Waar de ontdekkingstocht begon…

Naar de brugklas in 1973. Oudere broers en zussen waren me voorgegaan en ik hoorde ze praten over ‘Mus’ (rector), ‘Glimpie’ (leraar Oude Talen) en ‘Snuf’(leraar Aardrijkskunde). Om nog maar te zwijgen van ‘Oompie’ (leraar Geschiedenis) en ‘Poepie’ (conrector). Wie in die jaren op school zat weet wie er achter deze pseudoniemen schuilgaan. Vanaf 1973 hoorde ik erbij.

Ik mocht in 1973 naar locatie De Wijert, nog een beetje kleinschalig (om te wennen). In klas 1B was Ronald Dietz mijn klassenleraar en hij deed iets belangrijks. Hij hield pleidooien voor de muziek van David Bowie (Ziggy Stardust) en The Sparks (met pianist Ron Mael, die op Adolf Hitler leek). Dietz nam de lp Kimono My House mee en liet ‘This town ain’t big enough for the both of us’ schallen tijdens zijn les Nederlands. Ik vond dat geweldig en hij zette mij op het spoor van popmuziek. Dat moet een school toch doen: kinderen op ontdekkingstocht sturen?

Muziekdocent Chris Fictoor (nog nog actief in Gregoriaanse muziek) liet ons The Beatles horen, waar de wereld zo dol op was. Fictoor zei echter: ‘Muzikaal stelt het niet veel voor, maar deze jongens hebben door hun muziek en performance de muziekcultuur op zijn kop gezet.’ Zo leerde ik dat muziek de reflectie van een samenleving kan zijn, en deze tegelijk kan veranderen.

Mevrouw Bertha Ketelaar was in klas 3 (in het hoofdgebouw) mijn docente Frans en ook zij deed iets wat bepalend werd voor mijn ontdekkingsreis. Ze liet ons luisteren naar de Rock Opera ‘La Révolution Française’, waarbij de Franse songteksten in de vorm van strips werden uitgedeeld. Mevrouw Ketelaar liet mij Franse teksten lezen en luisteren en ik begon te snappen dat je de geschiedenis heel indringend kunt doorvertellen in de vorm van muziek.

Ten slotte was er de heer Henk Ruhe, docent Nederlands en later rector. In mijn eindexamenklas viel ik bij hem door de mand: ik schreef weliswaar verhalen, maar las geen boeken. Ik ploeterde me met hulp van illegale samenvattingen door toetsen, maar moest voor het eindexamen toch aan de beroemde ‘boekenlijst’ geloven. Ruhe zag dat ik wel een beetje kon schrijven, maar ook dat ik er met die boekenlijst echt niet uit kwam. Toen ik gekscherend vroeg of ik mijn mondelinge eindexamen niet mocht doen met eigen verhalen en gedichten vond hij dat goed. “Wat heeft de schrijver bedoeld met…?” werd voor mij een thuiswedstrijd. Een voldoende op mijn eindlijst en ik ben hem er nog dankbaar voor.

Ik ben nu journalist en ik schrijf romans. Ik schrijf dagelijks artikelen en verhalen, waar ik mijn boterham mee verdien. Ik richtte in 1995 Haren de Krant op, die ik nog steeds uitgeef. Ik luister naar muziek, verdiep me in teksten en beschouw muziek als één van de mooiste kunstvormen. Het Sint Maartenscollege heeft me tussen 1973 en 1979 op gang geholpen in mijn ontdekkingstocht en daarvoor blijf ik de school eeuwig dankbaar.

Deel dit bericht!