1985-1989 Bram Reudink (oud leerling)

Mijn middelbare schoolcarrière op het toen nog Sint Maartenscollege begon in 1985 als brugpieper in de Wijert. Ik heb het eerste jaar nog een keertje overgedaan en heb dus drie jaar in de Wijert vertoefd. Na de brugklassen ging ik naar Havo 3 in Haren en vervolgens ben ik in 1989 afgestroomd naar de Mavo De Schalm.

De Schalm was toen nog een zelfstandige school en werd kort daarna onderdeel het Sint Maartenscollege. Na het behalen van mijn Mavodiploma, ben ik een jaar High-school gaan doen. Toen ik terugkwam, wilde ik weer naar het SMC, maar daar was op dat moment (begin 1991) een leerlingenstop! Toen ben ik naar het Zernike gegaan en heb daar mijn Havo gehaald. Daarna heb ik de HEAO gedaan en gehaald. Op dit moment ben ik freelance business consultant en doe ik veel vrijwilligerswerk in de sport. Zo ben ik voorzitter van de stichting Sportkoepel Groningen, een belangenbehartiger van de Groninger sportverenigingen, en vicevoorzitter van de landelijke badmintonbond. Zo ken ik Koos Meisner, ook fanatiek badmintonner, die me interviewde, goed. We spelen nog regelmatig een potje.

De keus voor het SMC door mijn ouders was niet specifiek vanwege de kerkelijke achtergrond. Ik weet nog, dat ik zelf graag naar het SMC wilde. Al mijn klasgenootjes van de lagere school gingen naar het Zernike. Toch koos ik voor het SMC, omdat deze school naar ons idee kwalitatief beter was.

Van ‘De Kinderkruistocht’, zo heette het brugklaskamp toen, weet ik niet zoveel meer, wel ging één van onze kampen naar Schiermonnikoog. Mijn moeder ging mee als begeleider samen met de moeder van één van mijn vriendjes in die tijd, Jeroen Guikema. Ik herinner me nog dat het voor mijn moeder een lastig weekendje was. De meisjes in onze klas waren al wat verder ontwikkeld dan de jongens en zij waren op stap gegaan naar de Toxbar, zonder dat te zeggen. Beide moeders in de stress, maar gelukkig kwamen ze om twee uur ’s nachts weer binnendruppelen. Ook herinner ik me stelletjes, die ontstonden tijdens de strandwandelingen.

In De Wijert, waar je de verlengde brugperiode van 2 jaar had, beviel het mij prima. Ik had leuke vrienden en we hebben de nodige streken uitgehaald in die tijd. En dat viel natuurlijk niet altijd in goede aarde bij docenten en de directie. Regelmatig moesten we ons melden bij de conrector de heer Hettinga. Ook stonden we regelmatig tijdens lessen te basketballen op het plein of een gingen we roombroodjes halen bij de bakker aan de Verlengde Hereweg.
Ik heb veel bijzondere herinneringen aan De Wijert, maar één van de meest memorabele was in één van de winters. Er liep achter het grasveld een beekje en dat was vaak in de winter dichtgevroren; ook die winter. Wij gingen daar dan (ijs)schotsje lopen en natuurlijk kijken wie daar het langst op kon blijven staan. Aan de andere kant van het water begon het terrein van zwembad de Papiermolen. Het leek ons wel leuk om dat zwembad in de winter te verkennen. Het was behoorlijk onschuldig, in die zin dat er niks gesloopt is. Maar bij terugkomst had onze actie ook de amanuensis bereikt, de heer Woltjer. En ja hoor, kort daarna mochten we ons allemaal melden en konden we met brief linea recta naar huis. We waren en-masse geschorst!

Grappig hoeveel leraren ik me nog steeds uit die periode herinner. Onze mentoren waren Maria Raedts en Ferdi van der Werf. Ferdi was een hele aardige man en ik denk ook een redelijk jonge docent. Hij had het niet makkelijk met die vervelende pubertjes. Zo hingen wij briefjes aan zijn rug en lieten hem daarmee de klas uitlopen. Daar voelden we (ik) ons dan later weer schuldig over. Ook denk ik aan leraar Duits Karel Berends die een keer een klasgenoot, die vervelend was zijn rol en plek liet overnemen. Zelf ging hij op de jongen zijn plek zitten en toen propjes papier gooien en ouwehoeren. Hierdoor verdiende hij bij mij en de rest van de klas een flinke dosis respect. Engels kregen we van Heuvelmans. Daar durfden we onze mond niet open te doen, want hij wilde wel eens flink uit zijn vel springen en dan waren de rapen gaar. Marion de Grijs hadden we voor Frans en af en toe viel conrector Pater Bakels voor haar in. Hij was, zoals ik toen begreep, de laatste pater van de school. Aardrijkskunde kregen we van Berghuis. Een motorrijder en alleen daarom al vond ik hem cool. Van der Laar voor gymnastiek en Henry voor muziek herinner ik me ook.

De overgang na de verlengde brugperiode naar de Hemmenlaan was best groot, maar ik vond het een prachtige locatie! De klassen werden gehusseld, dus ik kwam in een Havo klas met allerlei jongens waar we eerder een beetje mot mee hadden. Maar het bleken toch goeie gasten en al snel was het weer een hechte klas. Ik woonde inmiddels zelf ook in Haren, dus het was lekker dichtbij. In de tussenuurtjes konden we bij mij thuis tafeltennissen. Enige nadeel waren de noodlokalen. Die waren in de zomer ongelooflijk warm.
In Haren had je de fietsenkelder en ook een kelder voor leerlingen, daar ben ik letterlijk één keer geweest. Wel herinner ik me dat er flink gerookt en geblowd werd. Roken gebeurde op het bordes en dan moest je door die walm heen ploeteren. Blowen gebeurde op wat meer afgelegen plekken, zoals bij stadion Esserberg en achter bij de hockeyvelden.

Ook in Haren werden we ‘al langer niets-willende pubers’ en onze klas was een samenvoeging van kinderen die naar de havo gingen. Het was opnieuw een klas die de boel flink op stelten kon zetten. Zo was het een rage om automerkjes van auto’s te halen. En dat gebeurde ook bij auto’s van docenten. Ik had ook wel automerkjes, maar ik had die niet op het parkeerterrein van school ‘gekregen’. Dat leek me persoonlijk niet zo slim. Maar goed, iedereen die verdacht werd moest op een gegeven moment zich melden en zijn merkjes inleveren. Opnieuw geen goede beurt, want de Fred van de meldkamer, zag een Fordembleem tussen mijn merkjes liggen en die miste hij zelf. Hij was des duivels, in alle staten, waardoor ik opnieuw niet de allerbeste pers had om het zacht uit te drukken.

In de derde ben ik meegegaan met de jaarlijkse ski-trip. Sporten was en is sowieso mijn ding en dat leek me geweldig. En dat was het ook! Een paar leraren gingen mee en we krijgen vooraf les van meneer Berghuis en Jan Nieboer om te leren vallen en om wat spieroefeningen te doen. We gingen met de bus naar Oostenrijk. En zoals bij mij hoorde in die tijd, werd ik overmoedig op de derde dag. Ik dacht dat ik het laatste stukje van de piste wel in chuss kon en ik zou het laatste stukje even afknallen. Maar helaas, daar gingen mijn ski’s, één links, één rechts. De rechter ski schampte zelfs mijn voorhoofd. Bloedend als een rund lag ik in de sneeuw! Het leverde voorrang in de skilift op en met bebloed gezicht keerde ik terug naar de groep. Ik vond het eigenlijk wel stoer. De laatste dag deden we natuurlijk mee aan de skiwedstrijd en daar werd ik tweede, oftewel de eerste verliezer. Ik weet nog wie er eerste werd, Jeroen van Elmpt. Sindsdien ben ik altijd blijven skiën en de basis daarvoor is gelegd door de lessen van docenten van het SMC.

Ik heb geen diploma behaald op het SMC ,maar op de De Schalm die toen nog geen onderdeel was van het latere Maartenscollege. De diploma uitreiking op de Schalm voelde als een verplicht nummer. Ik realiseerde me toen, dat ik er een beetje met de pet naar had gegooid in de voorgaande jaren. Op de Schalm kreeg ik Duits van Ron Jans en dat vonden we natuurlijk wel cool! Ook herinner ik mij nog de dochter van directeur De Jong, waar ik een oogje op had. Christine heette ze, maar goed, verlegen als ik was, werd dat niks. Omdat ik van het SMC vertrok voordat ik in de bovenbouw kwam, heb ik er geen feesten meegemaakt. Daar waren we in de derde nog een beetje te jong voor. Nou ja, we hadden wel eens een klassenavond, maar dat was allemaal niet zo spannend.

Doordat ik daarna naar het Zernike ging heb ik weinig contacten overgehouden aan het SMC.
Maar ik ging nog heel lang om met een Koreaanse vriend van me, Jeroen Muller. Ik zie hem nog af en toe, alleen woont hij in Ierland en dat is dus niet zo eenvoudig.
Ach, als je zo eens nadenkt over die tijd, komen er weer veel herinneringen terug. Dat is mijns inziens ook het voornaamste doel van een lustrum, herinneringen ophalen en terugkijken met de volwassen blik van nu.

Interview door Koos Meisner