1985-1991 Benni Leemhuis (oud leerling)

Ik ben in 1985 op school gekomen met advies HAVO van mijn lagere school. Ik koos met mijn ouders bewust het Sint-Maartenscollege, omdat dat toen de enige school was met een tweejarige brugklas. Een andere optie was de Middenschool geweest, maar eigenlijk heb ik daar zelf nooit gekeken. Na de tweejarige brugklas kwam ik op het VWO en heb in 1991 eindexamen gedaan. Dat het met één vijf en twee vijfenhalven was deed de pret niet drukken. Ik compenseerde het met 4 achten, waarvan er 2 bijna een negen: Duits en Geschiedenis. De andere achten waren Frans en Engels.

Na het SMC ben ik een jaar met mijn ouders meegegaan, die voor mijn vaders werk in Cairo, Egypte gingen wonen. Ik deed daar een aantal taalcursussen. In 1992 ging ik geschiedenis studeren en stortte ik mij op velerlei studentenbesturen. Zo was ik onder andere vicevoorzitter van de universiteitsraad. Mede door al die activiteiten heb ik lang gestudeerd, mijn bul haalde ik pas in 2005, al was ik toen al een aantal jaren aan het werk. Ik heb bij de gemeente Groningen gewerkt, bij een callcenter en als geschiedenisleraar op het Kamerlingh Onnes. In 2010 werd ik gemeenteraadslid voor GroenLinks in Groningen (inmiddels voor de vierde keer herkozen) en kreeg ik een gezin. Ik houd sporadisch stadswandelingen met groepen.

We kozen niet vanwege de katholieke achtergrond van de school, maar zoals gezegd, voor de tweejarige brugklas. Ik ben en was niet gelovig en als ik dat al zou zijn geweest was ik waarschijnlijk protestant geweest. Maar ik ben ook niet antireligieus. Eigenlijk merkten we op school niet zo veel van de katholieke gezindte, al hebben wij in de brugklas, in de Wijert, nog wel een Eucharistieviering meegemaakt in de gymzaal die Pater Bakels hield als afscheid van de school. Hij was daarmee de laatste pater die van school ging.
Het brugklaskamp heette toen ‘De Kinderkruistocht’. Die naam zei me niet zoveel, al had ik het boek toen al wel gelezen denk ik. Ik heb er nog wel wat foto’s van. Ik weet vooral dat we in een soort schuur zaten met stapelbedden, de jongens beneden, de meisjes boven. Ik zat in 1C en ik weet nog wel dat we om één of andere reden boos waren, dat er jongens van andere klassen bij onze meisjes langs kwamen. Piet Maas (wiskunde) was toen onze mentor.
Ik had de hele verlengde brugperiode (1c en 2c) een leuke klas, volgens mij wat druk. Er was wel wat animositeit met andere klassen, waaronder 1D. Het gebouw was knus volgens huidige standaarden denk ik en het was voor mij een stukje minder fietsen uit de Schildersbuurt in de stad. De amanuensis/conciërge was erg streng, maar gaandeweg kwamen we erachter, dat hij ook aardig kon zijn als je je aan de regels hield. Hij zette koffie en maakte soep. Wat betreft de al genoemde tweejarige brugklas: ik ben er van overtuigd, dat mij dat op dat moment enorm heeft geholpen aan het wennen aan de middelbare school en doordat ik wat meer tijd kreeg, ik zonder problemen kon doorstromen in het VWO, al had ik HAVO advies. In die jaren kwamen we er ook achter dat ik dyslectisch ben, iets wat toen niet echt geloofd werd, omdat ik op tal van andere zaken goed of bovengemiddeld scoorde.
Ik was trouwens in de eerste klas (nog) niet een rustige jongen… Ik ben er toen negen keer uitgestuurd… Ik vocht een aantal keren met klasgenoten. Maar na die twee jaar was dat over.

Naar de Hemmenlaan was ontegenzeggelijk een grote stap. Dagelijks fietsen vanuit de Schildersbuurt. Paterswoldseweg, Station, Helperzoom. Maar ik vond het, geloof ik, vooral mooi, dus het heeft geen heftige indruk op me gemaakt.
In Haren had je de fietsenkelder en ook een kelder voor leerlingen, verder mocht en werd overal buiten het gebouw gerookt. Wij parkeerden achter de school, achter de gymzaal, in fietsenhokjes. Ik heb zelf in de Wijert ooit 2 keer een sigaret gerookt van iemand uit 1D, maar ik vond het zo vies, dat ik ook nooit de aandrang heb gevoeld ermee door te gaan. Er gingen wel allerlei leerlingen achter de noodgebouwen roken die niet wilden dat hun ouders het niet zouden horen. Dat vond ik met mijn vrienden maar een beetje hypocriet… Maar ja, we begrepen het wel, want velen zouden of 1000 gulden of een rijbewijs krijgen van hun ouders als ze tot hun 18e niet zouden roken… Maar wij gingen in de pauze vooral naar (de toenmalige hockeyvelden van) HMC om ijsjes te kopen, of we klaverjasten in de aula.

Mijn vriend Bas Plaut en ik waren tot en met de vierde klas tamelijk onafscheidelijk, en we zijn nog steeds heel goede vrienden. Maar wat je verder van ons kon zeggen, toch waren – en zijn we – geen kopieën van elkaar. Wel waren we samen een begrip: ‘Bas en Benni’ en dat leidde er ook toe, dat wij door leraren verward werden. Bijvoorbeeld toen ik er een keer uitgestuurd was, of er was iets anders met mij. Dan moest je je melden, je naam stond op het bord. Maar niet mijn naam verscheen, maar die van Bas Plaut. Bas zei: ‘Ik heb niks gedaan, dus ik hoef mij niet te melden,’ en ik dacht: ‘Ik sta niet op bord, dus ik meld mij niet.’ Als je je niet meldde, veranderde de kleur waarin je naam geschreven stond van kleur (rood) en als het nog langer duurde voordat je op kwam dagen bij conrector de Boer, dan werden er strepen onder je naam gezet en uitroeptekens achter je naam. Uiteindelijk werd Bas ergens uit de gang geplukt, omdat hij zich niet meldde. Hij legde het verhaal uit, en uiteindelijk moest ik ook langskomen maar ik meen dat het toen als een soort van verjaard geval ‘geseponeerd’ werd.

Bas en ik hadden sowieso meer dingen die we deden, waaronder het vervolmaken van spieken en afkijken. Zo hadden we de methode waarbij je een postelastiek op een grote liniaal uitrekte om er dan heel klein een ‘spiekbriefje’ op uit te schrijven. Als je die er af haalde, kon je niet zien dat er op het postelastiek was geschreven, het leken rare streepjes. We liepen in die tijd allemaal met een postelastiek om de pols. Eén keer hadden we een proefwerk en Van Wees (Nederlands) surveilleerde. Na het proefwerk kwam hij naar ons toe en zei: ‘Ik denk dat jullie spiekten, maar ik heb het niet kunnen constateren.’ Wij vertelden eerlijk hoe het gegaan was, omdat we wisten dat hij ons niks zou maken, omdat hij geen heterdaad had. Hij was verbaasd en onder de indruk van het spieksysteem. Het betekende wel dat wij deze methode nooit meer konden gebruiken bij hem. Bas en ik hadden ook een andere manier van elkaar helpen… Wij leerden elkaars handschriften – die flink verschillend waren – en schreven op proefwerken nooit onze namen, dat deden we pas achteraf. Tijdens het proefwerk wisselden we de blaadjes en hielpen elkaar aan de ontbrekende antwoorden.

Ineke van de Berg en Jelle Witteveen waren voor mij geweldige leraren. Zij konden fantastisch vertellen en hun liefde voor Geschiedenis spatte er af. Voor mij waren zij inspiratiebron om Geschiedenis te gaan studeren. Van Wees van Nederlands (zie hierboven) vond ik erg goed en interessant, zeker toen hij een keer, na het lezen van een tekst van Armando, die sprak met een oud SS-er (ik denk dat ik de tekst nog kan vinden) tegen de klas zei, dat hij in de rol van die SS-er ging zitten en ons de opdracht gaf hem ervan te overtuigen dat het Nationaal Socialisme onzin was. We kwamen erachter hoe onmogelijk het was om iemand te overtuigen die onze gedeelde principes niet onderschreef. Voor mij nog altijd een belangrijke les, in tijden van wappies en klimaatontkenners. De wetenschap, het recht of democratische waarden kunnen altijd in twijfel worden getrokken, al zou je denken dat die onomstotelijk zijn. Het was ook Van Wees die bij het schoolonderzoek voor de boekenlijst literatuur na het examen en het gegeven cijfer vroeg: en welke boeken had je nu wel en niet gelezen?’ Ik wist dat Van Wees te vertrouwen was, dus ik vertelde hem, dat ik een boek van Marga Minco niet gelezen had (dat had hij wel gemerkt zei hij) en het boek ‘Kinderjaren’ van Jona Oberski. Hij had mij erover gevraagd, en ik had op basis van één beeld en thema dat benoemd werd op de flap van het boek mijn antwoord bij elkaar gekletst, zodat hij totaal niet had gemerkt dat ik het niet gelezen had. En ik noem nog Brinkgreve. Een hele bevlogen, aardige en goede lerares Duits. Ik weet nog dat we een keer met Duits naar de Stadsschouwburg gingen voor een toneelstuk Ubu Roi. Bij nader inzien was dat misschien niet vàn Duits, maar was wel mevrouw Brinkgreve mee. Dat vond ik erg leuk. Haar ongebreidelde enthousiasme voor literatuur, haar enorme liefde daarvoor was heel mooi. Niet dat ik dat meteen had, maar het werkte aanstekelijk.
In 1990 ging ik mee op Romereis. Dat was een fantastische ervaring! Ik heb het mapje van de Romereis nog steeds, en ook al was in 1990 voor het laatst in Rome, nog altijd voel ik mij kenner van die stad. Maar ook de busreis er naartoe, de gezelligheid van de groep, het heeft allemaal veel voor mij betekend.

Het examen was gewoon op school, in de gymzaal. Mijn examennummer was 68. Van de diploma-uitreiking weet ik niet meer zo heel veel. Wij waren na de laatste examens met een groep vrienden van school naar Parijs gegaan, samen op een camping in Versailles, een deel in het bezit van een interrailkaart, waarmee we na de diploma-uitreiking en vooral de examenfeesten thuis weer op reis zouden gaan, naar Spanje en Portugal.
Van de stunt, het gala weet ik niet meer heel veel. Ik weet wel dat we een eindexamenfeest hadden in een studentensociëteit aan de Verlengde Hereweg… iets met veel bier en liggend op een tafel… en bij daglicht mijn broer crashen, die verderop anti-kraak woonde in een kapitale villa bij het Herewegviaduct die op de sloopnominatie stond… Een villa die overigens nu nog steeds staat en waarvoor de gemeente nu toch plannen maakt om die te behouden.

Ik zie en spreek, behalve Bas Plaut, best nog wel oud-SMC-ers, of kom via social media weer met ze in contact. Ik overweeg naar de reünie te gaan. Het lijkt me leuk om mensen weer eens te zien. Maar dan wel pas als ik via de tamtam hoor dat vrienden en klasgenoten ook gaan, zodat we elkaar dan ook treffen.

Trouwens Koos, ik heb in de eerste en tweede AK van je gehad! Maar ik moest toen (geloof ik?) of een jaar later (noot interviewer, het was na de 3e klas.) kiezen tussen GS, AK, ECO en nog iets? En ik heb toen AK laten vallen. Ik vond alles interessant en kon niet kiezen maar dacht: ‘Ik vind AK zo leuk, ik zal me daar altijd in verdiepen en in geïnteresseerd blijven.’ En dat is ook gebleken. Zo verzamel ik nog altijd atlassen!

Interview: Koos Meisner