1986-2011 Arend Kroeze (conciërge en technisch onderwijsassistent)

Het is maandagmorgen 16 november 2020. Ik ben op weg naar Kropswolde, waar ik Arend Kroeze ga interviewen. “Kom binnen!  Koffie?”  “Graag!” We zitten aan de keukentafel, Arend moet even ‘op gang komen’, maar dan vertelt hij het ene verhaal na het andere. Een selectie.

Het is 1986 en Arend is op zoek naar ander werk. Via de vacaturetelefoon van het Arbeidsbureau komt hij in contact met de Bernadette, een huishoudschool aan de Vechtstraat (waar nu de Vrije School gevestigd is). Er wordt een conciërge gevraagd. De Bernadette is inmiddels gefuseerd met de katholieke Sint Martinus-mavo en daar vindt dan ook het sollicitatiegesprek plaats. Het gaat om een tijdelijke baan, namelijk van januari tot de zomervakantie. Het gesprek verloopt blijkbaar naar wens, want twee dagen later is hij aangenomen.
Hij werkt er nog maar één maand, als de andere conciërge hem vertelt, dat hij ermee stopt. “Arend, jij moet reageren! Maar er komt wél een advertentie in de krant”.
Hij schrijft zijn CV, krijgt de baan, werkt tot de zomer op de Bernadette en stapt in augustus 1986 over naar de Sint Martinus. Daar werkt hij samen met de nieuwe directeur Jan van der Hende. Het is een kleine school, overzichtelijk en Arend werkt er met bijzonder veel plezier.

De Bernadette moet na de fusie met de mavo echter leeggehaald worden…. “Dáár kwam wat los!” Mensen kunnen potten, pannen, beslagkommen, kortom allerlei huishoudelijke materialen meenemen. Arend biedt aan om de (grote) elektrische apparaten (o.a. fornuizen) naar een school in Poznan te brengen. Maar…….  hij moet de invoerrechten zélf betalen (dit alles voor de val van de Muur), “dát doe ik niet!”, dus de reis naar Polen gaat niet door en de fornuizen belanden op de schroothoop. Doodzonde natuurlijk!

1992: fusie Sint-Maartenscollege met de katholieke Sint Martinus en de Protestants-Christelijke mavo de Schalm. De Sint ‘valt eraf’ en de nieuwe school heet voortaan “Maartenscollege”.

Arend verkast naar gebouw De Wijert, waar hij samen met Enoch Geurts conciërge is. Hij pendelt heen en weer tussen De Wijert en De Schalm, waar hij ook af en toe moet zijn.
Soms wordt er in het weekend een beroep op hem gedaan, bv. als blijkt, dat het dak van de gymzaal in De Wijert lekt en er als de sodemieter actie ondernomen moet worden. De vloer blijkt totaal verzopen! “Nou, die kon je weggooien!”
Een paar jaar later een soortgelijk ‘watergeintje’: een brandweerslang is geknapt (leerling die de kraan opengedraaid heeft???) en volgens de buren ‘stroomt het water onder de deuren door naar buiten! Één grote waterval!’ Arend wordt gebeld. Hij is in no time ter plekke en ziet een enorme ravage. Dat betekent maar één ding: mouwen opstropen en aan het werk!

Vanaf maart 2000 is er (officieel) een nieuwe uni-locatie in Haren, waar hij technisch onderwijsassistent wordt. Gekleed in zijn onmiskenbare stofjas zorgt hij ervoor, dat de spullen voor de docenten klaar liggen, hij gaat op pad om materiaal voor de sectie te halen, heeft op een andere manier contact met leerlingen en werkt met plezier samen met verschillende collega’s. Dit doet hij tot zijn 64ste, dan viert hij namelijk zijn 25-jarig jubileum en gaat hij met de VUT.  (Vervroegde UitTreding).

Tot slot: Toen de trekker, waarmee tuinman Jos Redder de sportvelden maaide, afgeschaft werd, wilde Arend het ding dolgraag overnemen en dat is gelukt. Hij staat nu in zijn schuur en doet het uiteraard nog steeds!

Annet Brinkgreve, 16 november 2020